Kort verhaal

Kees, de moordenaar

Kees, de moordenaar

Dinsdagnacht zou hij verdwijnen. Het zolderraam van het oude studentenhuis stond op een kier. Het inbrekershaakje zou hij naar boven duwen en daarna zou hij gemakkelijk door het raam passen. Dan voorzichtig de dakgoot door. Een sprong naar het platte dak. Verder via de regenton, door de smalle steeg, richting het park. Er zou geen maan zijn. Dat kwam goed uit. En waarschijnlijk was het ook bewolkt. Ze zouden hem niet zien. Misschien zouden ze hem niet eens missen…

Claire

…It’s a beautiful day! Sky falls, you feel like, it’s a beautiful…Claire graait in blinde paniek om zich heen. “Waar is die verdraaide telefoon?” U2 schalt door haar slaapkamer. Onder haar kussen? Als Bono maar stopt. Oké, tussen het matras en de muur dus. Ze raakt het scherm aan. Snooze….

“Het is woensdag vandaag.” In een helder moment pakt Claire haar bril en swipet de wekker uit. Met moeite gaat ze op de rand van haar bed zitten en trekt ze haar ochtendjas aan. Het is oktober en het begint alweer behoorlijk koud te worden. Als ze de deur opent, staat Claire in een hoge gang. Een ouderwetse, houten trap voert naar de benedenhal. Aan beide zijden van de gang zijn de slaapkamers van haar huisgenoten.

Het pand doet alweer zo’n tien jaar dienst als studentenhuis. Het dikke barokke behang hangt er nog, maar verder zijn de muren versierd met posters en stickers van allerlei feesten. Claire loopt op haar tenen langs de gesloten deuren naar de badkamer. Die bevindt zich precies aan de andere kant van de gang. Het is stil in huis, denkt ze. Veel te stil.

Drie jaar geleden was het nog gezellig. De deuren op de gang waren meestal open. Maar nu is iedereen druk, druk, druk. Terwijl Claire wacht tot het warme water van de douche begint te stromen, denkt ze aan haar huisgenoten. Inge, Marjolijn, Tom, Frank. En Kees, denkt ze met een lach. Claire wast zich en poetst haar tanden meteen onder de douche. Efficiënt. Snel terug naar haar kamer. Weer door die gang met die dichte deuren.

Marjolijn doet dit jaar een master in een andere stad. Die zit al in de trein. Frank studeert een jaar in Engeland en Tom slaapt meestal uit. De deur van Inge’s kamer staat op een kier, maar Inge is meestal bij haar vriendje. “Jut en Jul” mompelt Claire. Ze loopt de trap af en de hal in. Ja, het is hier maar stil. Geen tijd voor ontbijt. Met haar winterjas in haar hand glipt ze de deur uit en maakt haar fiets los. Snel die koffietent openen, voordat de eerste klant op het raam klopt.

Kees

Het was die nacht kouder dan hij dacht. In het park had hij de zon zien opkomen. Er waren steeds meer hardlopers verschenen. Die van het sportieve soort, met een frisse blik in hun ogen en de ademhaling perfect onder controle. Hij moest zich onopvallend gedragen. Als hij aan de zijkant van het wandelpad liep, bijna tegen de bosjes aan, hoefde niemand voor hem aan de kant te gaan.

Nu gaat er gelukkig een zonnetje schijnen. Er is maar één bankje in het park en daarop zit een man in een dikke jas. Zijn fiets, met twee Albert Heijn tassen om het stuur, staat tegen het bankje geparkeerd. De man zit nogal in elkaar gedoken. Zijn armen gevouwen, zodat je zijn handen niet ziet. De ogen gesloten. Zou hij naast de man gaan zitten? Het is het enige bankje. En perfect in het zonnetje, dat nu steeds warmer begint te worden. “Oké, ik doe het gewoon.”

Zittend op het bankje rekt Kees zijn stijve spieren wat uit. De zon schijnt in zijn gezicht en hij knippert met zijn ogen. Het doet hem denken aan die mooie zomerse dagen, als de ramen van het conservatorium openstaan. Op zo’n luie dag gaat hij meestal lekker in het raam zitten. Genieten van de zon en luisteren naar de muziek. Wanneer zouden zijn huisgenoten ontdekken dat hij weg is? Zouden ze hem zoeken?

“He, wat?” De buurman op het bankje wordt wakker met een luidruchtige geeuw en kijkt hem aan met een grijns. “Shit, wegwezen hier.” Kees springt van de bank en trekt een klein sprintje.

Claire

“Donderdagavond en ik heb geen plannen. Ik ben officieel saai”. Claire roert wat in de wokpan. Verse spinazie met pasta en een bakje kruidenkaas. Dat recept had ze van Inge. Echt jammer dat die meiden nu zo weinig thuis waren. Dan konden ze wijn drinken en daarna naar de stad.

De voordeur zwaait open en de hal vult zich met donkere mannenstemmen. Gestommel op de trap naar boven. Tom en een vriend komen de keuken in en knallen een boodschappentas en een krat bier op de keukentafel. “Hee, eet jij ook hier vanavond?” Claire giet inmiddels haar pasta af. “O ja, maar ik heb al wat gemaakt, dus..” Hard gelach klinkt van boven. Tom draait zich om en weer terug naar Claire. “Ok top, er komen een paar vrienden eten, dat is geen probleem he?” Een dikke knipoog. Tom loopt de keuken uit als Claire zich iets bedenkt. “Tom, heb jij Kees gezien deze week?” Tom lacht: “Die rooie? Nee, niet gezien.” Claire schept een bord pasta op. Kees ziet ze bijna elke dag wel even. Jammer, maar iedereen leidt zijn eigen leven en dat geldt zeker voor Kees.

Kees

Waarom was hij eigenlijk meteen weg gegaan? Hij had nu in een warme keuken kunnen zitten. Misschien had hij wat langer moeten nadenken over zijn vluchtplan. Echt sluitend was het niet. Het was meer dat hij zijn huisgenoten nu echt niet onder ogen kon komen. Hij schaamde zich voor wat gebeurd was. Inge zou hem haten en zelfs Claire zou hem misschien nooit meer aankijken. Ze zouden hem meteen op straat zetten. Of erger, de instanties waarschuwen, hem laten opnemen.

Nu was hij dus dakloos. Geen optimale situatie, maar hij had er ten minste zelf voor gekozen. De afgelopen dagen had hij in een snackbar wat kunnen eten en bij een foodtruck op de markt. Goed te doen. Zijn honger kon hij stillen. Maar dat gevoel van schaamte..dat bleef toch.

Hij kon de laatste tijd zo gestresst raken. Meestal ging hij dan gewoon naar buiten en liet een paar uur niks van zich horen. Dat hielp wel. Maar soms werd hij echt boos en herkende hij zichzelf niet meer. Een keer had hij het behang beschadigd. Dat had hij natuurlijk niet moeten doen. Maar dat was niet het ergste. Dinsdag had hij plotseling het gevoel gehad dat hij iets kapot moest maken. Nee, dat was het niet precies. Het was geen oncontroleerbare woede, maar eerder iets kils en vastberadens. Kees had het gevoel gehad dat hij moest doden.

Claire

De pasta was een goede troostmaaltijd voor een eenzame avond. Kees is wel vaker een paar dagen weg, denkt Claire. Dat is eigenlijk altijd zo geweest. Hij woonde al in het studentenhuis, voordat de rest hier als eerstejaars kwam wonen. Als hij die kop met dat rode haar om de deur steekt, is het meteen gezellig. Soms blijven ze de hele avond in de keuken: eten en drankspelletjes doen. Kees heeft in elk geval nooit plotseling andere plannen, zoals Marjolijn of Inge, denkt Claire.

Dan stormt Inge plotseling binnen. “Ben je toch thuis?” Inge knikt met grote ogen. Ze houdt haar handen tegen haar wangen gedrukt. “Ja, pas net, en nu kom ik mijn kamer binnen en ligt Piet dood op mijn bureau!” Haar ogen worden nat. “Ik dacht..ik laat gewoon genoeg voer achter voor twee dagen. Dan kan er niks gebeuren, toch?” Claire en Inge lopen naar boven. Pietje, de kanariepiet van Inge ligt levenloos naast zijn kooi. De deur van het kooitje staat open. Overal kleine veertjes. Inge veegt haar tranen weg. “Ik weet zeker dat ik die kooi dicht had gedaan.”

Kees

Toen het donker werd, had Kees naar een plek gezocht om warm te blijven. Iemand had vriendelijk de deur van zijn favoriete cafe voor hem opengehouden. Wat aardig, dacht Kees, maar deze mensen weten niet wie ik ben. Als ze wisten wat ik had gedaan….

De deur van Inge’s kamer had op een kier gestaan. Hij was er wel vaker geweest. Met de meiden uit zijn huis kon hij goed opschieten. Soms gingen ze allemaal op bed zitten om series te kijken. Inge had een kanariepietje op haar kamer. Een klein geel ding. Een beetje zielig ook. Het vogeltje kon namelijk niet fluiten. Misschien was hij niet opgegroeid met andere vogeltjes. Dus zat hij daar altijd maar, stil en alleen in zijn kooi.

Kees had vanuit de gang naar de kanariepiet gekeken en zich plotseling heel onrustig gevoeld. Het vogeltje, dat hij normaal zo schattig vond, leek hem uit te dagen. Hij duwde de deur van Inge’s kamer nog wat verder open en sloop naar binnen. De kooi kreeg hij makkelijk open. Het kanariepietje had al door dat het niet pluis was en begon zenuwachtig te fladderen. Met een ongekende snelheid pakte Kees het vogeltje. Het was vrijwel direct dood. Misschien dat het hartje stopte van de schrik, want echt ruw was hij toch niet geweest..

Maar daar stond Kees dan. Met een dode vogel in de kamer van zijn huisgenoot. Paniek maakte zich van hem meester. Hij besloot te vluchten.

In de hoek van het cafe was nog een plaatsje vrij. Kees overpeinst zijn leven. Ze zullen zeggen dat ik gek ben. Het is beter als ik vanaf nu als nomade leef. Hij duikt nog iets verder weg in de cafébank.

Claire

“Kees…?” zegt Claire, terwijl ze Inge omhelst. Inge knikt: “Zou kunnen..” Claire kijkt nog eens naar de kooi. “De kooi was dicht he?” Ze schudt haar hoofd heen en weer. “Zullen we Piet begraven in het park en daarna op hem proosten in Cafe het Vogeltje?” Inge glimlacht: “Dat lijkt me wel toepasselijk.”

Als het vervelende werk achter de rug is, stappen Claire en Inge Het Vogeltje binnen. Het is lekker druk. “Twee keer een herfstbok van de tap, alsjeblieft.” Inge wacht aan de bar, terwijl Claire een vrij bankje spot in de hoek van het café.  Ze gaat vast zitten, zet haar tas naast zich neer en legt twee bierviltjes op tafel. Inge loopt met de biertjes naar het tafeltje. “Zo, dit is echt lekker bier.” Ze wil de glazen net op tafel zetten, als zie iets voelt aaien langs haar been. Snel kijkt ze naar beneden. Een rode staart schiet weg onder het tafeltje. “Kees!”

Kees

Hij zag ze pas toen het al te laat was. Claire liep naar zijn bankje toe, maar plaatste haar tas precies tussen haar en hemzelf in. Ze had hem nog niet gezien, dus nu kon hij nog snel onder een tafeltje wegduiken. Maar daar kwam Inge. Hij sprong onder tafel, maar raakte daarbij nog net haar benen met zijn staart. “Kees!” Wegrennen of blijven staan? denkt Kees. “Hier ben je dus!”

Hij draait zich om. Claire kijkt hem blij aan. “Kom dan?!” Zo moeilijk om te weigeren. Kees loopt terug en strijkt zijn lijf even langs haar benen. Claire’s vingers kroelen tussen zijn oren.

“Hee, je aait nu wel de moordenaar van mijn Piet, he!” Inge geeft Claire een zachte por met haar elleboog. Kees voelt dat hij wordt opgetild en tussen de dames wordt ingezet. “Aah Keesje, was je op de vlucht?” Kees loopt ongemakkelijk een paar cirkeltjes op de bank. Hij wou dat hij het goed kon maken. Inge krijgt een kopje. “Je bent wie je bent, Kees.” Claire tilt de grote rode kater op. “En als we dit biertje gedronken hebben, ga je mee naar huis.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *